is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeugd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kou, zijn hoofd gloeiend heet, bonzend en hamerend. De kaars brandde nog met een lange, walmende pit. Hij stond op, vreemd onvast op zijn beenen, stak zijn hoofd in de kom met water; dat was heerlijk frisch... koel. Nu weer in bed, de dekens over zich heen .... nu rusten, slapen.

Toen hij weer wakker werd was 't heldicht: hij zag zijn hospita in de kamer bezig de tafel af te ruimen, 't Was een lange, broodmagere vrouw, knoestig, met lawaaierige bewegingen, slonzig gekleed in een wit jak en een afzakkenden bruinen rok.

Toen ze Guust wakker zag, snerpte dadelijk haar scherpe stem. „Wel meheer, uwe kan slaopen: 't is god zal me liefhebben twee uur."

Guust had de oogen dichtgeknepen voor de snerpende stem, nu zei hij zacht: ,,'k Ben niet heel wel."

„Och och, hoe komt dat nou? drink maor es."

Hij nam 't glas water aan, toen vroeg hij: „zou u even bij meneer van Staaren willen laten vragen of ie es komen kan?"

„Ja wel zeker, strakkies, as 't meissie uitgaot."

Guust viel weer in slaap; toen hij wakker werd zat van Staaren voor zijn bed.

„Wel kerel, wat mankeert jou? een beetje overwerkt; je moet rusten, dat 's al. Blijf der maar 'n paar dagen in." Hij bleef nog even praten, toen lag Guust weer stil en zoo bleef hij liggen met een gevoel van doodelijke moeheid, een matheid, of hij nooit meer uit zou kunnen rusten. Om zijn hersens scheen