is toegevoegd aan uw favorieten.

Mammon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen; ze moest altijd gauw terug zijn, maar nu in den vroolijken zonneschijn voelde ze zich onweerstaanbaar getrokken naar de mooie winkelstraten, ze had er een snauw van haar tante voor over. De lucht was heerlijk zoel, met iets van weekmakende zomerweelde, de hemel diep-blauw met kleine witte wolkjes als zwevende vogels. Lina dacht in eens aan haar vader, hoe hij genoten had op zulke dagen als ze met hem tusschen de kantooruren een klein wandelingetje deed; een vreemde weekheid dreef in haar boven, maakte haar oogen vochtig glanzend, heel haar gezicht jonger en naïever, iets wegnemend van het norsch-onverschillige.

Ze liep rond te kijken, alles in zich opnemend alsof 't een nieuwe wereld was; de Dam zag er vroolijk uit met die groote plekken zon en het ruime stuk lucht er boven. Nu nog even de Kalverstraat in, de mooie winkels bekijken. Er was druk geloop van heeren die naar de Beurs gingen; Lina keek ze aan, daar waren er bij als waarvan ze droomde in haar verlangen naar een ander leven.

Ze bleef lang staan voor een hoedenwinkel, bewonderend al de weelde van glanzig fluweel en satijn en kleurige veeren; daar zag ze een mannengestalte achter haar, weerspiegeld in de ruit, een vriendelijk gezicht dat haar aankeek. Ze keerde zich om, lachte even. Hij knikte. „Mooi hé ?" „of 't". Ze keek hem weer aan; 't was een heel jonge man, het gladde gezicht blank, de blauwe oogen vroolijk als volkomen