is toegevoegd aan uw favorieten.

Mammon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door de open tuindeuren kwam heerlijke voorjaarslucht binnen, geurig van lentebloesem.

„Goedenmorgen, broer; goed geslapen?" zei Sofle, en lachend: „zeker prettig gedroomd, hé?"

,,'k Heb niet gedroomd," antwoordde Anton kortaf, ging aan de tafel zitten om te ontbijten.

„Dan misschien slecht geslapen?" vroeg Sofle weer plagend.

„Och nee, best."

„Jongen, wat ben je kortaf, 't Valt me niets mee: ik dacht dat je vandaag wel vroolijk zoudt zijn na zoo'n prettigen avond."

„Ja, je hebt er heel wat werk van gemaakt, Fie," zei hij wat warmer.

„Zoo meen ik 't niet. Zekere jonge dame heeft meer tot dat prettige bijgedragen dan wij."

„Och, schei uit met die flauwiteiten."

„Nou, nou, niet zoo boos worden. Je bent den laatsten tijd zoo vreemd, zoo down. en nu was ik blij, dat je gisteren weer gewoon was. Maar die stemming schijnt alweer uit te zijn. Een kopje thee?"

„Graag. Is Henri al uit?"

„Ja, hij is gehaald bij Mevrouw Oste. Maar in ernst, Anton, we vonden je den laatsten tijd zoo stil. Is er iets, dat je hindert ?"

„Och wel nee, wat zou er in godsnaam zijn?" viel hij uit, bang voor Sofle's uitvragen, waaraan hij nooit weerstand had kunnen bieden. Als jongen al