is toegevoegd aan je favorieten.

Mammon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij kleurde even. „Misschien maar dat doet er

niet toe. Ik ga vooreerst in den Haag wonen. Toch, zie je... ik wil je zóó maar niet in den steek laten en kleine Wim ook vooral niet."

Ze keek even naar de alkoofdeur, toen zag ze hem weer strak aan met groot-open oogen.

Hij zweeg even, vond 't moeielijk voort te gaan; toen in eens vlug sprekend:

„Er zal goed voor hem gezorgd worden, dat zal een heele verlichting voor je zijn. Ik weet een heer en dame, die hem bij zich willen nemen."

„Wat? wat?" ze schreeuwde de twee woordjes kort, angstig.

„Ze willen hem als kind aannemen."

„Hem aannemen, van me wegnemen ? hem ook ? hem ook! dat doe ik niet, nooit!" gilde ze heftig, haar gezicht vertrokken van schrik.

Hij werd wrevelig om haar heftigheid.

„Nou, nou, 't lijkt je eerst natuurlijk erg, maar als je 't goed begrijpt "

„Ik hoef niks te begrijpen, ik wil mijn jongen houden!"

„Maar 't is toch een mooi aanbod, begrijp dat toch, een prachtig aanbod: 't zijn rijke menschen."

„'tKan me niks schelen."

„Och, je weet niet wat je zegt; wat kan jij 'tkind geven ? niets immers. En als je 't aanbod zoo ruw afslaat, geef ik er ook de brui van."

Ze begon te snikken, liet zich op den grond vallen,