is toegevoegd aan je favorieten.

Mammon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn handje. Daar lag haar schat en dien wilden ze van haar wegnemen; ze was op 't oogenblik bijna vergeten, dat ze Anton ook verloren had, ze dacht maar aan Wim. Nee, nee, ze wou niet, ze zou wel voor hem werken dag en nacht; ze zou heel haar ziel en haar lijf geven om hem gelukkig te maken als ze hem maar bij zich kon houden. Ze zou naaien,... en dan ... geen droog brood zou ze verdienen, had haar tante vroeger gezegd, toen ze zelf van naaiwerk wou bestaan. Nou, wat anders dan ; menschen in huis nemen, zwaar werk doen, ze wist niet wat, haar lijf weer verkoopen des noods. Maar zou 't genoeg zijn? Ze hoorde weer Anton's harde woorden: als 't kind ongelukkig wordt, heb je 't je zelf te wijten, niemand anders. En die meneer en mevrouw waren rijk, daar zou Wim 't goed krijgen. O God, moest 't dan? moést 't? Hoe zou't dan zijn? Ze zou den jongen wegbrengen en hem nooit meer zien; hij kon nou net Mamma zeggen, dat zou dan voor die mevrouw zijn; haar zou hij na een dag vergeten, en nooit zou hij weten hoeveel ze van hem hield. Ze begon zacht te snikken, maar ze streefde al niet meer tegen; ze wist dat ze zich had te onderwerpen. Ze had niet te kiezen; ook voor haar kindje kon ze niets meer zijn, een vod in een hoek gesmeten, zooals voor Anton.

De jongen werd onrustig onder haar blik, begon zachtjes kreunend te woelen, deed even zijn oogjes open; toen liet hij ze weer dichtvallen, sliep