is toegevoegd aan uw favorieten.

Mammon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkomen, zelfs nu in de donkerblauwe gladde regenmantel en het uiterst eenvoudige zwarte hoedje. Ze kwam langzaam de trap op en de kamer binnen, haar gezicht een beetje rood, knikte tegen Lina, die midden in de kamer stond, strak, rechtop.

„Dag juffrouw; ik ben Mevrouw van Esten; 'k zou graag het kindje zien."

Haar stem klonk zacht afgemeten.

Lina knikte; ze ging naar de alkoof, maakte Wim wakker met lieve woordjes, nam hem voorzichtig uit zijn bedje. Hij wreef met de vuistjes in de oogen, kreunde, rekte zich uit; toen in eens even lachend,

nog slaperig: „Mamma."

De strakheid week uit Lina's gezicht, ze kuste hem, de tranen druppelend op zijn haar. Even bleef ze kijken naar zijn warmrood gezichtje, toen ging ze naar de voorkamer.

„Och, wat ziet hij er lief uit," zei mevrouw van Esten, nu zonder de afgemetenheid in haar stem. Ze lachte tegen 't kind, maar hij drukte zijn kopje tegen Lina aan, wreef weer in zijn oogjes.

„Hij is zoo slaperig," zei Lina.

„Ja, ja, dat begrijp ik. Dag ventje, kijk es, wat ik

hier heb. Kom je bij me?"

Ze gaf hem chocolaadjes, nam hem lachend op haar schoot, stoeide met hem tot hij blij terug lachte. Lina stond er bij, voelde -zich in eens vergeten. Ze stak haar armen uit, riep: „Wim, kom je bij Mamma?