is toegevoegd aan je favorieten.

Mammon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger in het landschap, trachtte zijn penseel te dwingen tot de teere, vage kleuren onder de licht-nevelige zomerlucht. Hij huurde eene kamer in Veldburg, bleef daar in den omtrek schilderen.

Hij kwam bijna dagelijks bij de Hasdinks aan huis, en Nora voelde zijn bijzijn als blijheid; ze werd er opgewekt door, echt vroolijk soms, vergetend voor een oogenblik de leegte van haar bestaan.

Dikwijls kreeg ze een onweerstaanbaar verlangen, openlijk met hem te spreken over haar leed; misschien zou hij vergoelijking of troost weten, die haar helpen kon, het te dragen. Hij moest toch ook al lang gezien hebben de weinige harmonie tusschen haar en Frans; hij moest immers wel begrijpen dat hun huwelijk geen samenleven was. Maar toch, ze durfde niet, bang met woorden te raken aan dat heel-diepe, bang ook voor van Aarden's oordeel over haar.

Van Aarden zelf meende nu wel haar doorgrond te hebben, hij zag nu, dat er geen liefde was tusschen haar en Frans, maar hij dacht, dat zij zich in hare liefde teleurgesteld gezien had, en een teeder medelijden voor haar klom in hem op, een diep meevoelen, een groot verlangen, haar te mogen troosten.

Op een middag in Augustus, toen hij met Frans van de societeit kwam, zei van Aarden in eens: „Ik ga over een dag of wat weg."