is toegevoegd aan je favorieten.

Mammon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mag ik je brengen ?"

Ze knikte, haast onbewust. Toen ze thuis was, ging hij mee naar binnen zonder hare uitnoodiging afte wachten. Hare moeder was uit, het huis heel stil.

Ze gingen in 't salon; Nora viel neer op de canapé, en in eens begon ze te schreien, niet in staat zich langer te verzetten tegen het gevoel van zwakte.

Van Aarden keek haar aan; hij stond dicht naast haar, sprak zacht sussende woorden als tegen een kind.

En Nora, in eene behoefte aan teederheid, lei even haar hoofd tegen zijn arm.

„O God," fluisterde ze week, „dat leven, dat vreeselijk lange leven! Wat moet ik er verder mee doen? 't Is niets meer, voor niemand."

„Voor niemand? dat mag je niet zeggen. Er is zooveel om voor te leven. Je moeder..."

„Wil me niet meer zien als ik... niet terug ga naar Frans."

„Nu, dan zijn er anderen "

„O ja, dat weet ik wel, maar er is niemand, niemand, die werkelijk om me geeft."

„Niemand?" hij bedwong zich met groote moeite, en fluisterend: „Je hebt toch vrienden ik bijvoorbeeld zal nog dikwijls aan je denken."

„Jij?" ze keek hem een oogenblik aan, en 't was of ze iets nieuws in zichzelve ontdekte, iets machtigs, zaligheid, zooals ze nooit gekend had. Maar het verschrikte haar; ze sloeg de handen voor de oogen,