is toegevoegd aan je favorieten.

Ole Tuft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Is zy toch geen lief klein poesje, Juanita?"

Op den dag die voor het vertrek van mevrouw Knle's zuster bepaald was, zorgde hy de dames aan het station te ontmoeten. Verscheidene bloedverwanten en vele andere vrienden waren ook gekomen om afscheid te nemen. De beide zusters waren innig bedroefd; de achterblijvende het ergst; zy schreide nog lang nadat de trein vertrokken was. Hy dacht erover zich terug te trekken en haar met hare bloedverwanten alleen te laten, maar toen zij dit merkte, zeide zy: „Och, ga niet weg!" Zy had hem niets bijzonders te zeggen, want zy liep naast hem, evenals naast de anderen, naar huis en deed niets dan stil schreien. Op de stoep vroeg hij, of zij met de kinderen ook lust had een toer te gaan rijden, dat zou haar een weinig afleiding geven. Zy schudde zwygend het hoofd. „Morgen dan?" vroeg hij, eerbiedig de deur voor haar openhoudend. Zij ging in huis, maar keerde terug met een: „Morgen, gaarne!" En zij gaf hem de hand en zag hem vriendelijk aan met hare groote, eerlijke oogen, die vol tranen stonden.

Uit deze groote droefheid meende hy te moeten afleiden, dat zij zich verlaten gevoelde. Gewoonlijk wellicht niet, want dan vulde zy de werkelijkheid met haar phantasie aan; maar zoodra er iets gebeurde zooals thans, iets, dat haar uit haar droomerigen toestand wakker riep, dan gevoelde zij zich zoo treurig alleen.

Den anderen dag haalde hij haar en de kinderen met een strandry tuig af; hy mende zelf. Thuis komende ging hy met haar naar binnen, om Kule te begroeten, die daar als altijd in zijn rolstoel zat en hem op zyne eigenaardige wijze bedankte voor zyne vriendelijkheid jegens de kinderen. Hij liet zich al hun speelgoed toonen en hunne spelletjes voordoen; en toen de kinderen werden weggebracht, verzocht Soren zijne vrouw een stuk voor hem te spelen, terwijl hy uit een lange Duitsche pijp zat te rooken. Deze had Ragni anders voor hem moeten stoppen, maar Edvard had haar vandaag van de moeite ontheven.

Voor het eerst kreeg Kallem thans de dikke keukenmeid te zien: een niet meer jong, manhaftig persoon, die hare woorden echt ïïordlandsch uitgalmde, als het geschreeuw der vogels boven

/\