is toegevoegd aan uw favorieten.

Ole Tuft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat erger was, ook van meer beteekenis, dan de gezelligheid en schoonheid, die zij in haar omgeving niet kon missen.

Achteraan, op het groote gasthuisplein was een groot proviandhuis met houtschuur enz. Dit werd door Kallem tot eene zaal

voor gymnastiek ingericht en daarheen trok hij nu avond op avond,

met den vaalgrijzen knaap, van zes uur af. Zoolang als dit duurde kwam hij prompt op tijd thuis; deed hem de noodige oefeningen uitvoeren; speelde een partij „dam" met hem en was bij alles de leidende. In den aanvang ging het bitter slecht; maar met zijne o-ewone volharding wist hij er langzamerhand regel en vaart in te brengen. De verlegen jongen had nauwelijks zijn piano aangeroerd sedert hij hier in huis was; hij durfde niet voor „mevrouw .

Nu ging Kallem geregeld iederen avond een half uur met een boek naar boven; dan moest hij spelen. Als geneesheer had hij zijn vertrouwen weten te winnen; met strenge, doch vriendelijke waakzaamheid hield hij hem in hot oog en al spoedig kwam de knaap minder schuw binnen en liep ook niet meer zoodra mogelijk de kamer uit. En ten laatste raapte ook Ragm al haar moed bijeen — na herhaalde vermaningen en opwekkingen van Kallem — en op zekeren Zondag-morgen zeide zy tot Karl Meek: Neen, ga nu niet naar boven. Als je lust hebt zullen wij eens de proef nemen, of wij een vierhandig stuk samen kunnen spelen. Wij zullen gemakkelijke dingen nemen," voegde zij erbij. Hg vond het vreeselijk, maar hij bleef; en het geluk wilde, dat hij zijn pianostoel omstootte, toen hij wilde gaan zitten en dat hij op het punt stond haar tabouret ook omver te gooien, bij het oprichten van zijn eigen kruk; dit gaf aanleiding om beiden hartelijk te doen lachen en zoo hielp dit ongeval hem over het

ergste heen. ...

Ja, daar zat zij gezond en frisch, keurig in haar rood zijden

kleedje, met kant om hals en armen; de blanke dunne vingers,

naast zijne roode, op de toetsen; haar geestig gelaat dikwijls met

eene op- of aanmerking tot hem gewend; een zachte bloemengeur

ging van haar kleeding uit en dan die eigenaardige lucht van

heur haar.... hij beefde van genot. En hoe stug en stijf en

lomp vond hij zichzelf; en dan die reuk van z ij n haar. Hij deed