is toegevoegd aan uw favorieten.

Ole Tuft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn uiterste best en speelde; maar spoedig raakte hij verward en maakte dwaze fouten.

„Je bent vandaag zeker niet best tot spelen gestemd," zeide zij van de piano opstaande.

Hij zag er uit als een hond die klappen gekregen heeft.

Hij kwam op zijn kamer; hy kromp ineen, hy wrong zijne handen; voor den negen-en-negentigsten keer besloot hij weg te loopen. Op etenstijd kwam hy niet aan tafel; hy was in huis nergens te vinden en Kallein deed ernstig onderzoek bij Ragni. Zy vertelde hoe jammerlyk haar proefneming was mislukt; hy werd na een half uur zoo vermoeid, dat hy niet verder kon spelen; een jong menseh die niet meer wilskracht bezat — met zóo een kon zij niet overweg — hij stond haar tegen.

„Altijd even fijngevoelig, vrouwtje!" zei hy half schertsend; maar hij ging erop-uit den knaap te zoeken en offerde hun kostelijken Zondag-middag daaraan op. Eindelyk, tegen den avond, keerde liy terug met Karl Meek. En toen sloop zij even naar Kallem in zyn studeerkamer en beloofde vriendelyker te zullen zyn. Kristen Larssen kwam en geduldiger dan een gedresseerde poedel begon zij aan haar Engelsche les met hem.

Op het eerste oogenblik had zy medelyden met den eigenaardigen man gehad, maar zyn gezelschap en zyne manieren en de reuk zijner kleederen stonden haar ontzettend tegen. Daarom scheen het haar bespottelijk laf, dat zij tegen haar zin bleef volhouden; uit medelijden was het toch waarlijk niet. Langzaam en prompt op klokslag kwam hy met zijne lange, bruine jas, waarvan de mouwen te nauw waren, binnen; de on verdragelij ke menschenlucht, die de arbeider sedert jaar-en-dag aan kleederen en lichaam overal medebrengt, stroomde haar tegen; die vuile adem kwam tot haar over de tafel heen; zij nam dien waar, ook al sprak de man niet. Hy trok een stoel by de tafel, ging zitten en sloeg het boek open en als hij de plaats waar zy het laatst gebleven waren gevonden had, zond liy zijne afschuwelijke, koele oogen over de tafel heen naar hare angstige, warme duivenoogen, die verschrikt in de kamer rond zochten. Zyne lange, groezelige vingers, die evenals zijne handen met donkere haren begroeid waren,