is toegevoegd aan je favorieten.

Ole Tuft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuwen hier gekomen. Als zy bedaard had kunnen uitspreken dan zou zy hem eenvoudig alles hebben gezegd; zij was niet bang en zij hield van hem. Maar nu ging zij naar huis met het bewijs van zyne verachting op haar gloeiende wang.

Door dit een-en-ander was haar drift opgewekt; eerst in haat tegen haar, die broeder en zuster gescheiden had, en toen tegen alles wat erby gekomen was en die scheiding had bevorderd. De dood van Andersen den metselaar, bij voorbeeld; hoe dieper dit geval haren echtgenoot had ontroerd, des te duidelijker was de scherpe tegenstelling tusschen hem en haar aan het licht gekomen ; en in zulk een ongelukkigen tyd! Alles waarover Tuft, hierover in zijne woning sprekende, had geklaagd was immers vol van bedekte toespelingen op haar persoonlijk leven geweest: nu zou hy eindelijk hiermede hebben opgehouden en — het kon niet ongeschikter treffen!

In het aan de pastorie grenzende huis woonde een oude, dorre vrouw, de moeder van den predikant. Zij leefde in een voortdurend protest tegen de wyze waarop „hiernaast" werd huisgehouden. Als er gasten waren kwam zy er nooit. Alleen in de uren als er bij haar zoon huiselijke godsdienstoefening gehouden werd en op feestdagen zette zij een voet in zijne kamers; dan bleef zy ook op de pastorie eten. Het gedrag harer schoondochter, haar kleeding en vriendinnen en dan haar deelnemen aan den dans, was der oude vrouw tot telkens hernieuwde ergernis en niet minder achtte zy die voortdurende verliefdheid van den predikant in strijd met zijne waardigheid, goddeloos. De kleine jongen deed dienst als spion by zijne grootmoeder.

Op zekeren morgen, toen Josefine aan de eene zijde der openstaande deur in de veranda zat, hoorde zij hoe de oude vrouw het kind uitvroeg: Wie er den vorigen dag op bezoek waren geweest? Wat zij gegeten hadden en of er wijn gedronken was en van hoeveel soorten?

„Grootmoeder vraagt of maatje vandaag uitgaat,'' vertelde hy eens, „en zij vraagt ook wat vader tegen moeke zegt als hij thuiskomt en of paatje boven, bij ons, geslapen heeft?"

Joseiine nam het kalm op. Zy wist sedert lang dat hare schoonmoe-