is toegevoegd aan je favorieten.

Gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVI O, NOODLOT !

ie naar ons staren, staren naar ons beiden, Als waren wij gelukkig en verloofd ;

Men ziet ons aan, en wenkt met oog en hoofd, En wil ons vreugd door wedervreugd bereiden.

Mathilde ! ik zou u nimmer kunnen leiden

Door 't leven ! 't Noodlot, dat gij wijs gelooft, Scheidt mij van u, die mijn verdriet me ontrooft En vroolijk hart.... Ik kan niet van u scheiden....

En tóch, die Macht, die over 't menschdom waakt,

Is wijs, en doet mij wijslijk u verlaten,

Omdat, hoog wezen ! gij me een onding maakt!

Ik leef in ü, en denk en doe als gij,

Ik ga mijzelf, zooals ik nü ben, haten Tot dweper, tot een jonkvrouw maakt gij mij...!