is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LXI

BIJ 'T GRAF.

Men droeg den grijze plechtig naar het graf, En toen hij langzaam nederzonk in de aarde, Brak uit het oog, van wie hij t aanzijn gaf,

Een vloed van tranen, dat naar t zinken staarde ,

En allen wendden 't weenend aanschijn af,

Geloovend, dat hun God een weêrzien spaarde, Omdat ze 't innig wenschten, en zóo straf

Een God, die scheidt, zich hun niet openbaarde:

De grijze, die zijn dorpje nooit verliet,

Had daar gezwoegd, bemind, en liet er 't leven : Waarom hij leven moest, dat wist hij niet:

Gij waant u, zwerver, boven hem verheven.... Wat deedt gij, zoo de dood ü nederstiet, Dan leven, laten leven, leven geven ?