is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedichten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond, in zooverre de plastiek haar het middel is, waarmede zij, door de zinnen, tot den geest spreekt, en zichzelve, als het ware, vasthoudt; naar historische ondervinding, omdat de beste dichters ten allen tijde plastiesch waren, en niet zeggen, wat zij gevoelen — hoe zouden zij het ook ? — maar het, volgens de lijnen hunner fantasie, houwen in de grondstof van het woord. Zoo deden de groote Engelschen en de groote Italianen, Goethe en de Ouden; doch Hellas had dit op ons voor, dat zijn verbeelding frisch en klaar in den morgen des levens, iedere uiting der ziel, scherp en toch zacht als de trekken zijner munt, vol maar vast als de beelden zijner tempels, vermocht te graveeren en te beitelen in de taal, die, naar verlangen, hard als het marmer zijner groeven, of, als de honig zijner bergen, vloeibaar kon zijn. Maar wij nieuweren, wier voorstellingsvermogen en wier zeggenswijze gedrukt gaat en zich afmat onder den eeuwenheugenden last van overgeleverde zinswending en ingestempelde beeldspraak, wier taal daarbij, ondanks de afslijting en schaarschte der uitgangen, den klankenrijkdom en het monumentale karakter der klassieken mist, wij weten door andere middelen en langs nieuwe wegen in onze tekortkomingen te voorzien. De beel-\ dende macht der menschheid is minder geworden, maar onze • beelden óverschijnen die der antieken in alomvattenden rijkdom en vèr-grijpende vlucht; de gang der verzen is verslapt, en de golving onzer voetmaten vereffend tot eenvormigheid, doch op het bonte mozaïek der rijmen doen wij hun val hooger trillen of dieper galmen, van tred tot tred, dat men den slependen toon en de matheid der beweging vergeet om de weelderige zoetheid van den weerkaatsten klank en de