is toegevoegd aan uw favorieten.

Schijn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit was het innige, het reine van zooeven niet meer. Die hooge, klare flageolettonen waren als de besneeuwde toppen geweest van een wit sprookjesland, dat in vrede lag uitgespreid in zachte maneglorie.

Wat Mare nu zag, was 't wilde jagen van donkere troebele golven, voort, wilder, onstuimiger met elke maat. En soms ruischten ze zachter.... maar in dat mysterieus gefluister lag passie, verboden drift, zondig verlangen.

Mare was verwonderd over zijn eigen fantaisie. Hoe kwam hij erbij zoo iets te denken? — Hij keek oplettend naar den pianist, die, in peinzende houding, met eigenaardig gloeiende oogen, zat te spelen.

Achter dat koude, trotsche masker verschroeide het vuur van hartstocht een zwakke ziel....

Toen allen vertrokken waren, wenkte Tengers dat Mare nog even zou blijven. „Kom Duprez, blijf nog even een sigaar narooken," verzocht hij. Aan de bedienden die den geheelen avond onberispelijk en gei'uischloos bediend hadden, gaf hij een kort bevel.

Zij brachten een rottantafeltje en twee wipstoelen in den tuin. Tengers en Mare namen plaats,