Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. 't Was op eenen dertienavond zeer wel,

daar kwamen drie koningen niet eene ster.

2. Zij kwamen den hoogen berg afgegaan,

en vonden er een sterre stille staan.

3. „Wel sterre, gij moet daar zoo stille niet staan,

gij moet er met ons naar Bethlehem gaan,

4. ,Naar Bethlehem. die schoone stad,

waar Maria met heur kindeken zat.'

.">. Hoe minder kindeken, hoe meerder eer:

dat is een teeken van God onzen Heer.

0. Zij passeerden al voor een bakkerij,

zij kochten een brood en zij stolen er drij.

7. Zij passeerden al voor een herbergier,

zij vroegen een pint en zij kregen er vier.

8. Zij belden al aan Herodes zijn deur,

de koning Herodes kwam zelve veur.

9. , Wel, koning Herodes, wij zijn er zoo heesch,

geef ons eenen penning en een stuk vleesch."

10. Zij gaven dat kindeken eenen zoen,

van wierook en mirre en rood fijn goed.

10, 2. joetl, lees: goud.

Tekst en melodie. K. A. Pauwels, in Volkskunde, XI (1898—99), bl. 124, aangeteekend te Deinze (Oost-Vlaanderen).

Driekoningen noemde men ook Dertiendach, omdat, zooals J. ter Gouw, t. a. p., bl. 174, zegt, dit feest gevierd werd op den ouden .Dertiendach", den dertiendon of laatsten dag van :t Germaansche Joelfeest. Veel natuurlijker schijnt het en in beter overeenstemming met de mcening van J. ter Gouw zelf, die in het Driekoningenfeest niets Germaansch wil zien, Dertiendag het feest te noemen van de aankomst der Drie Koningen bij het Christuskind, dertien dagen na Kerstmis. De oude naam bleef in Holland in zwang tot in de XVIII"0 eeuw; in West-VI. en in een deel van Oost-Vl. leeft hij nog krachtig voort (A. de Cock, Volkskunde, XII, 1899 - 190O. bl. 170, aant. 3).

In lltt Brabands naghtegaelken, z. j., nog c. 1840 te Gent bij \ an Paeniel

Sluiten