Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenc variante van deze eerste stroplie, zonder de melodie, met verzending naar IMiime : Dentsehes Kinderlied un(l Kinderfpiel, 1897, nr. 256, bl. 503, wordt medegedeeld als ,Rondedansliedje* uit Thourout, onder I, nr. 187, bl. 128, van Kinderspelen uit Ylaumteh-België, enz., uitg. van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor taal- en letterkunde, Gent 1905. Bij Böhme, t. a. p., vindt men, als .Spiel fflr kleine Kinder', éene strophe „Brandeburgisch", met aanvang: ,Ich hab' ein kleines Murmeltliier // das macht mir viele Freude", die met het stellig niet voor kinderen geschreven liedje uit I)e(n) zingende zwaan, zeer weinig gemeens heeft.

Naar mij werd medegedeeld door mijn vriend J. H. Schcltema te 's-Gravenhage, diende de wijs „van 't Marmotje', voor het liedje: .Hier komt l'aul -lones aan// het is zoo'n aardig ventje', enz., 9 str., met de wijsaanduiding te vinden in: De ópper-admiraal van Holland, enz., ">'io druk. Amst. lï. Koene, z. j., hl. 72. Het nog bekende spotliedje op den Amerikaanschen kapitein John Paul Jones, 1779, wordt aangehaald door Dr. J. Boekenoouen, Onze rijmen (1893), bl. 5, en is te vinden, 1 »tr. met de melodie bij Dr. J. van Vloten en M. A. Hhandts Biys, Neder!, baker- en kinderrijmen, 4d'-' druk, 1894, bl. 31 (vgl. aldaar de melodie, hl. 2: ,Draai er het wieltje nog er eens om"), en 3 str. met de vollediger zangwijs, in Sedert, mllsxtb., uitg. van de Maatsch. tot Nut van 't Algemeen, 2dl' druk, 1897, nr. 32, bl. 42.

Van wanneer de trekbriefjes dagteekenen is niet bekend. Vandeu Stuaeten, Lei billet», enz., bl. 103, geeft in phototypie de overgebleven fragmenten weer van een te Brugge ten jare 1577 in hout gesneden Koningsbrief, fragmenten die overigens reeds waren uitgegeven in den zesden jaargang (1871), bl. 44, van het lïrugsehe weekblad Itond den lieerd.

In zijn Ahnanarh voor heden en morgen, Antw. lob.), bl. 131 vlg., doet 1'. Croon, „Canoniek regulier ende religieus van Sinte Mertens tot Loven", ons zien. hoe te zijnen tijd Driekoningen werd gevierd:

De Koninck-brieffies sijn bekent:

waer mé men eencn Koninck kiest,

die somtijdts dan den wijn verliest (betaalt),

een Schencker, Bode, Bottelier,

een Koek, een ltaetsman, en 1'oortier,

Ilicht-Vader, Sot, en Modecijn,

en voorts soo veel daer gasten sijn.

die roepen, als den Koninck drinckt:

„den Koninck drinkt!" soo dat het klinckt;

sy moeten schreeuwen altegaer,

utt anders is het Sottie daer,

waer van den ghenen, die dan swijght,

een vuyle swerte vaghe krijght,

om dat hij op wat anders drinckt,

en niet en roept: „den Koninck drinckt!'

Sluiten