Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op eenen Witten donderdag.

D.

(lp eenen Witten donderdag.

al tusschen tien of elf uren,

dat onze Heer .Jesus gevangen was,

de bittre dood moest gaan bezuren.

Hij nam zijn kruisken op zijnen hals,

hij trok zoo droeviglijk den stèweg binnen;

Maria, Gods moeder, zij volgt hem na,

met zoo een droeviglijke zinnen.

„Ween droevig, ja, het baat toch niet,

ik wil den bittren dood gaan sterven,

ik. ja, wil sterven den bittren dood

ik kan den niensch 7.00 niet verlaten!"

Als hij op den berg al van Calvarié kwam

al met zijn kruiske zoo zwaar geladen,

daar trokken zij al zijn kleeren uit,

hij moest ze daar niet lang meer dragen.

Hij lei zijn hoofdeken op eenen steen,

hij liet zijn herteken ter aarde zinken,

al zijn ledekens bersten in tweeën,

en wou zijn dierbaar bloed er ons uitschinken.

Wel drinken wij nu altegaar

met dezen zaalgen nieuwejaar!

7. Vgl. hiervoren nr. 542, hl. 2129, r. 3 — 4.

Tekst. A. Hel hof ken der ijeestetijcker Helleken*. Loven 1577, bl. 134, op die wyse alsoot begint; herdrukt door W. Moll. Johannes llrugnian, 1854, 11, bl. lGo, als behoorende tot de liederen, waarin de hoofdgebeurtenissen der passie gezamenlijk behandeld worden, „zeldzamer dan die, waarin enkele bijzonderheden, de wonden des Heeren, de kruiswoorden, enz. worden bezongen*; -- B. De Coussemakeb, thant* populaire» (les Flamand» de Friwce, 1856, nr. 42, bl. 123, „Jesus dood ; — C. Lootens et Feys, CIkiiiIs populaire» flamamh, 1879, nr. 24, bl. 40, „De vijf bloedige wonden" ; — Hond den lieerd, Brugge, IX (18741, bl. 152, aanvang van denzelfden tekst; — D. 't Daijhel, Hasselt, III 118901, bl. 159; — Blyau en Tassekl, Iepersch oud-lb., Gent, 2"« aflev., 1902, nr. 32. bl. 95, deelen ecne tot

vijftien strophen uitgedegen lezing mede.

Het door I,. en F. vermelde 1'assielied: „Wolt ihr horen ein ncwes gedicht [Wackebnaoel, Dan deutsche Kirchenlied. II (1867), nr. 1189, bl. 954; BAumker,

Sluiten