Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. — „Ic en cans ghehuden niet, enz.

hi heeft die reine herten lief," enz.

7. — „Ic heb si oec also duur ghecoft, enz.

daer om en mach icker niet wesen of," enz.

8. Hi nam een corf in sijnre hant, enz.

hi las dio sprockelkijn, daer hise vant, enz.

9. Hi nam die cruke, hi haelde water, enz.

hi halp sijnre moeder dat moesken coken, enz.

8, 1. t.: sijn hant. — 8, 2. sprockelkijn = sprokkelhout. — 9, 2. t.: caken; vgl. B, str. 3, 2; zie B, str. 1—2.

B.

1. Jhesus nam dat korffgen in syn hant,

ecce mundi gaudia.

He las de spaengen da he sy vant.

Fio fiolencia,

o virgo Maria,

o plena gratia.

2. He nam dat puystergen in syn hant, enz.

He bleyss dat vuyrgen dat it brant, enz.

3. He nam dat leffelgen in syn hant, enz.

he halp synre moder dat moisgen koichen, enz.

4. ,0 Maria verwar dyn kynt, enz.

He geit des aventz also spaede," enz.

5. — „lek en cans verwaren neit, enz.

He hait de reyne hertzgens lieff," enz.

6. Jhesus had eynen bruynen cop, enz.

Vyl bruyner dan een wynrank top, enz.

1, 3. spaengen = brokjes hout. — 1, 4. Hs.: fiolenlcia. 2, 1. puystergen blaasbalgje. — 2, 2. = Hij blies het vuurtje, dat het brandde. — 3, 1. leffelgen = lepeltje. — 3, 2. moisgen = dim. van inois, moes = spijs. — 4, 1. t.: dbjnt. Aan den rand van het Hs. leest men het woord son = geef acht op uw kind, of op uw zoon.

Tökst. A. Hoffmann v. F., Hollündische Volksldr., 1833, nr. 10, bl. 28, en Inleiding bl. 11, naar het Hs. B, thans 8,185 der K. Berlijnsche Biblioth.; — Id.,

Sluiten