Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt thuis gebracht in de XIVdc eeuw, op grond van de Acla sanctorum van 6 Jan. 1358. Op dien dag overleed de Delftsche begijn Geertruid van Oosten, die het lied dagelijks zong: „referendo carmen ad dilectum suum Jesum Christum". W. Moll, in zijn Johannes Brugman, 1854, II, bl. 104, stelt de vraag: hoe Geertruid het lied: .altijd tot haren beminden Jesus stierde ? Door zingende slechts aan Jezus te denken, zonder eenige verandering der woorden? Of vervormde zij het lied?" — Moll acht het laatste het waarschijnlijkst, daar het vergeestelijken van wereldsche hederen door kleinere of grootere omzettingen der woorden ten allen tijde, ook nog lang na de zestiende eeuw, bij het volk in verschillende landen van Europa gewoon was." — ln elk geval zal Geertruid noch den bovenstaanden tekst, vergeestelijking van eene lö^-eeuwsehe navolging van het oude lied, gezongen hebben, noch den onmiddellijk volgenden, vergeestelijking, te oordeelen naar den strophenbouw, van de lezing opgenomen door Bredero in zijn tooneelspel en die op jongere melodie berust. Overigens, en zooals wij hierboven insgelijks zagen, kan, naar het gevoelen van Dr. J. te Winkel, de opmerking van de Arta Sanctorum, eene latere poging zijn ter verklaring van den naam der begijn.

Een „liet na de wijse: Het daget inden Oosten", met aanvang: «Mijn Godt, ick weet waar henen", voorkomende in het Hs. nr. 24339 van het British museum, herdrukt door K. de Flou, en Edw. Gailliard, Beschrijving i-an Middelndl. en andere handschriften, die in Engeland bewaard worden, 3<1<! verslag, uitg. van de K. \ laamsche Akademie, Gent, 1897, bl. 09, werd voorgedragen op de oude wijs van I's. 4 Soulerl. 1540. Hij dit lied leest men: „Dusdanigen lietgen heb ick IsraPl Jacobssoon mijn broeder Julius Jacobssoon gemaeckt A" 1600, den 1" Aprilis."

Melodie. Zie hiervoren t. a. p. — Voor de op drieregelige strophe, met verzen van vier accenten, berustende melodie van „Claes molenaer", melodie welke dus, om hier te kunnen benuttigd worden, voor een deel moest herhaald worden, zie hiervoren, t. a. p., nr. 240, bl. 871.

B.

Sluiten