Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. So wie ghenoeeht die edel doecht date een juweel,

dat hem doet gheven ewich leven tot sinen deel.

7. Hopen doet den reinen moet in Gode verbliden

ende alle onspoet omt ewighe goet te lichter liden.

8. Een reine moet die arbeit doet mit nendicheit,

hi wort gheloont ende ooc ghecroont, als hi verscheit.

6, 1. t.: doocht. — 7, 1. De hoop doet den reinen moet, enz. — 8, 2. nendicheit = moed, dapperheid.

Tekst. Hoffmann v. F., Niederl. geistl. Ldr., 1854, nr. 11G, bl. 233, met wijsaanduiding'. „Tis al ghedaen // mijn oostwaerts gaen", naar het thans te Herlijn berustend 15dc-eeuwsche Hs. 8,190.

Melodie. Baumker, Niederl. geistl. Ldr., nr. 78, Vierteljahrsschrift, 1888, bl. 315, met de eerste strophe, naar voornoemde bron. Deze zangwijs, die bij een danslied schijnt te behooren, diende mede voor het lied: „Ons is gheboren een uutvercoren"; zie hiervoren III, nr. 481, bl. 1868.

Sluiten