Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. O hemelsclie Vader ghebenedijt,

wilt mi van dit vlees verlaten,

dat wi door Cristum werden bevrijdt,

want wi zijn al broossche vaten;

de werelt met haren ondersaten heeft mi nu bevangen noch.

0 valsche werelt ten mach u niet baten,

in u en is niet dan bedroch.

6. 0 Vader inder eewicheyt,

wilt mi uwen gheest ingheven ;

de werelt heeft mi heel verleet,

si doet mi na den vleessche leven,

het welc de siele brenct in sneven,

verloren inder hellen troch.

0 valsche werelt, ic heb u claer beseven,

in u en is niet dan bedroch.

2, 2. beseven, verl. deelw. van beseffen, verstaan. — 3, 4. t.: al zijn de.

Tekst. Antw. Ib, 1544, nr. 196, bl. 301, .een nyeu liedeken", hierboven weergegeven; — Een Amxtelredums amor. lb„ 1583, bl. 1086, „op die wise: Mijn hert is my ontween geclooft/ƒ wie sal my" (zie hiervoren I, nr. 105, bl. 430). — Aangeh. door Dr. F. C. Wieder, De Schrift, liedekens, 1900, bl. 130 en Regist. nr. 409.

Melodie. In I. Fruytiers' Eeclesiasticus, Antw. 1565, nr. 7, bl. 23, vindt men, voor het lied: „Myn kindt u wereken doch begint", de melodie met wijsaanduiding: „Een out grysaert: oft, Ick heb de weerelt seer bemint"; zie hiervoren II, nr. 260, bl. 938: „Den winter comt aen".

Sluiten