Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

642. Wilder dan wildt, wie sal my temmen.

1. Wilder dan wildt, wie sal my temmen,

plach ick te singhen vroech ende laet;

ick heb geluystert na Christi stemmen,

die heeft my getrocken tot anderen staet.

2. Ick was soo wilt, 't mocht aen my blijcken, als eenen voghel vliecht in de locht;

Heer Jesus heeft my met sijn practijcken soo soetkens al in sijn net ghebrocht.

3. Vry, liber, en los, en onghebonden,

mijn willeken volchde ick over al;

dat heeft my doen vallen in soo veel sonden, het welck ick met recht beklaghen sal.

4. Heer Jesus leert my mijn willeken breken, al vallet my somtijdts hert en swaer;

daer door kan ick veel quaedts versteken, in alles gherust volgh' ick hem naer.

5. Ick plach te gaen proncken lancks de straten, verciert als een goddinncken ient;

heer Jesus heeft my dit doen verlaten,

mijn kruysken opnemen, dat hy my sent.

6. Cupido begon my heel te minnen en te bestralen met sijn venijn;

nu leer ick aen Jesum vast leggen mijn sinnen, om gracy te vinden voor sijn aenschijn.

7. Voor 't slempen, en dempen, en triomferen,

oock danssen en springhen met herten bly, moet'ick nu vasten en abstineren;

mijnen tijdt beschreyen, is mijn party.

Sluiten