Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Heer, doer die bede dynre moeder, soe bidden wv, weest onse behoeder, soe dat wy inder lester tiit mit di worden gebenediit.

end die maghet, vrou Maria, end singen ter eren gloria.

12. Dat dit ghescie, soe willen wi loven den groten coninc van hier boven

13. Gloria libi, domine,

qui natus es de virgiite, rum patre et sanclo spiritu, in sempitevna saecula. Amen.

4, 3. hi liet hem vluchten = hij vluchtte vrijwillig. — 5. 2. huil in geselen — had binnen gezeten, was thuis gebleven. — 5, 4. t.: had. 6, 2. t.: enquaemt; de zin is: indien gij niet kwaamt vrijwillig daar. — 7, 1. Likas II, 23. 7, 2. t.: di heer. - 7, 3. U kas II, 24. — 8, 2. rol loven ... en mogen = niet kunnen

Tekst en melodie. Bacmker, Niederl. yeistl. Ldr.. nr. 11, \ ierteljahrsschrift. 1888, bl. 18C, de zangwijs ontleend aan de hymne: „Te lucis ante terminum , zooals deze t. a. p. medegedeeld wordt door Kiiumker, naar I esperale Rotnanmn, l.eodii 1850. üeze lezing verschilt alleen met de bovenstaande, door dat de kleine versiering a b a a, die men daar aantreft voor het woord „sant", door a bes a <i is vervangen; wat niet te verdedigen is. Zij vangt aan in aeolisehen en sluit in iastischen modus (zie hiervoren de Inleiding bl. XX). — Soiiterliedekens, Antw. 1540, op het slot van het boek: „Nu laet o Heere dinen knaep' (Symeons lofsanck) nae die wise: Jesu salvator seculi", variante van de bovenstaande melodie. I>e l.atijnsche tekst: „Nunc dimittis servum tuum" (I.ukas, II, 29—32l, niet de kerkelijke psalmodie, komt voor in Een dev. en prof. boecxken, Antw. 1839, nr. 242, uitg. D. F. Scheurleer, bl. 280. — Vgl. hiervoren III, bl. 2111. de melodie: „Wildi horen singhen oenen soeten sanc".

vollooven.

Sluiten