Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15. Dit hebben si doen wtlesen in Hollant, in lirabant me; ten wert haer niet seer gepresen tlie sulcken werck oyt ghedee; dit hadden die schriftgeleerden

bevolen,

ghelijc si den wachters deden seggen, dat (Yistus was gestolen.

IC. Int jaer van vier en dertich is dit te Hruessel gheschiet;

bidt, voor die daer zijn cleynhertich, datse God en wil verlaten niet, maer zijn gratie geven telcken

termijn;

dat si volstandich moeten blijven, die noch niet ghestorven en sijn.

termijn ;

3, 5. is coul = ijskoud. — 9, 2. t.: twee ghevaen. — 11, 6. wat si. (?)

Tekst. J 'eelderhande liedekens, 1550, (beschreven door Pr. F. C. Wieder, !><• Schriftuurlijke liedekens, 's-Grav. 1900, hl. 135, nr. XXXI), sign. C vu v", „nae die wijse: Van liefde coemt groot lijden". Dit lied behoort tot de .Offerliederen", waarover Dr. \V., t. a. p., bl. 92 vlg., daar men o. a. leest: „In .Broeders en weest niet verbolghen* (1534) wordt verteld, dat de „Schriftgeleerden" het handschrift van een der gevonnisten verlangden; en toen hebben zij, zegt de dichter, daarboven geplaatst een herroeping en die verspreid onder het volk: evenzoo lieten de Schriftgeleerden door de wachters zeggen, dat Christus was gestolen. In aanmerking genomen, dat die herroeping afgelezen was „In Hollant, in Brabant me", had de dichter den schijn tegen zich met zijn verklaring en daarom denkt hij aan een dergelijk bedrog bij Christus' opstanding." Zie nog l)e Schrift, liedehens, Rerjist. nr. 105 en bl. 103, 110, 112, 114.

Melodie. Zie I, nr. 44 B, bl. '.'44 hiervoren.

Een ander offerlied: „Alsmen schreeft duyst vijfhondert // en daer toe noch vijftich iaer, na de wijse: Vant liet van die Coninc van Denemerck. O rat van avonturen" (zie II, nr. 421, bl. 1509 hiervoren), vindt men herdrukt bij Wackehnagei., Lieder der niederl. Hefarm., 1S07, nr. 55, bl. 126, naar Veelderhuude liedekens, 1569, bl. 40. Het wordt besproken door Dr. F. C. Wikiiek, t. a. p., bl. 99, die het „een model van een offerlied" noemt.

Sluiten