Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrifteljjke vergunning van den inspecteur, die beoordeelt of daarvoor voldoende reden bestaan, moet alle drie maanden op nieuw worden aangevraagd.

Met gelijke, doch jaarlijks te vernieuwen vergunning, mag hij tevens de apotheek van een gesticht van liefdadigheid, waarin geen apotheker is, waarnemen.

Hij is alsdan verantwoordelijk voor hetgeen in die apotheken aanwezig is, en voor de bereiding der geneesmiddelen.

Art. 19. De apotheek van eenen afwezigen, zieken, of overleden apotheker mag waargenomen worden door eenen niet gevestigden apotheker, nadat het bewijs zijner bevoegdheid door den hoofdinspecteur zal geviseerd zijn.

De waarnemende apotheker is verantwoordelijk voor hetgeen in de apotheek aanwezig is, en voor de bereiding der geneesmiddelen.

Art. 20. Wanneer bij overlijden van eenen apotheker niet voorzien is in de waarneming van de apotheek, wordt de sleutel der vergiftkast binnen 24 uren door de erfgenamen of den bewindvoerder, of bij ontstentenis van dezen door de huisgenooten, ter hand gesteld aan den burgemeester der gemeente.

Zoodra iemand met de waarneming is belast, wordt dezen de sleutel ter hand gesteld.

Art. 21. Ten aanzien van geneeskundigen, bevoegd tot het afleveren van geneesmiddelen, gelden art. 4 alinea 1 en 2, behoudens de bepaling van het 4de lid Van art. 9 der wet, regelende de uitoefening der geneeskunst, de artt. 6 tot en met 8, 10 tot en met 14, 16 tot en met 20, 24, 25, 26,31 en 32.

§ 3. Van de hulp-apothekers en de leerlingen-apothekers.

Art. 22. De hulp-apotheker en de leerling-apotheker mogen alleen onder toezigt van eenen apotheker of van eenen geneeskundige, bevoegd tot het leveren van geneesmiddelen, in eene apotheek werkzaam zijn.

De hulp-apotheker moet het bewijs zijner bevoegdheid laten viseren door den hoofdinspecteur.

Sluiten