is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuw geneeskundig wetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRANKZINNIGENWET.

WET van 15 Juli 1904 (S. 157), tot nadere wijziging der wet van 27 April 1884 (S. 96) tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen ') en van art. 26 der wet van 28 Juni 1854 (S. 100) tot regeling van liet armbestuur ').

Art. I. Het 2de lid Van art. 7 der wet van 27 April 1884 (S. 96) vervalt.

Aan dat artikel worden, na het 1 ste lid, toegevoegd een nieuw 2de, 3de en 4de Hd, luidende:

„Met uitzondering :

1°. van woningen, waarin drie krankzinnigen worden verpleegd overeenkomstig artikel 35a dezer wet, en

2°. van door Ons aan te wijzen inrichtingen en woningen of gedeelten van inrichtingen en woningen, staande onder openbaar bestuur of onder bestuur van eene instelling van weldadigheid in den zin der wet van 28 Juni 1854 (S. 100),

worden als gestichten beschouwd alle woningen, waarin iemand meer dan twee krankzinnigen, die niet tot zij 11 gezin behooren, verpleegt.

«Bij de aanwijzing, bedoeld onder 2°. van het vorig lid, worden voorwaarden gesteld, waaraan moet worden voldaan.

„Üe aanwijzing wordt door Ons ingetrokken, wanneer de voorwaarden niet worden nageleefd."

Het tegenwoordig 3de Hd van het artikel wordt het 5de lid daarvan.

Art. II. Na art. 35 en vóór § 6 der wet van 27 April 1884 (S. 96) wordt eene nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende: „§ 5a. Gezinsverpleging van krankzinnigen.

Art. 35a. „Eene woning, waarin ten hoogste drie krankzin-

•) Zie Nieuw Geneesk. Wetboek blz. 184.

5) Art. 26 regelt de kosten van overbrenging van arme krankzinnigen.