Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vloeren die blonken als spiegels, 7.r boenden hun rug er op zeer. Het vrouwtje /at achter de toonbank,

y.n prijsde de mandjes met fruit. De m in nam een ki]kje van buiten En lachte haar toe door de ruit.

Zoo leefden ze renige dagen,-

Maar niemand had trek in hun sla; Geen mensch kwam de winkel 's binnen,

Er was nog geen cent in de la. En toen ze geen stuiver verdiendi n

Ondanks hun gewerk en getob,

Toen aten ze maar van den honger llun uien en bloemkoolen op.

En toen ze geen groenten meer hadden,

Geen bicten, geen kool en geen peen, En toen ze elkaar niet meer zoenden Zooals ze dat deden voorheen;

Sluiten