Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stad werd het voor het eerst ook aan heidenen verkondigd, met het gevolg dat een groot aantal dezer heidenen geloovig werden en zich tot den Heer bekeerden. Het gerucht daarvan drong door tot Jeruzalem, en de Gemeente aldaar vaardigde een harer leden, een zekeren Barnabas, af om een onderzoek in te stellen naar hetgeen te Antiochie was geschied. Deze Barnabas was een Leviet, van geboorte uit Cyprus. In het vierde hoofdstuk van het boek der Handelingen wordt hij genoemd als een dergenen, die hunne bezittingen verkochten en het geld, dat zij daarvoor ontvingen, aan de apostelen gaven om het ten algemeenen nutte te besteden. En in het negende hoofdstuk van datzelfde boek wordt ons van hem verhaald dat hij Saulus tot zich nam, toen deze, na zijne bekeering te Jeruzalem zich bevindend, door de Gemeente met wantrouwen werd ontvangen, en hem tot de apostelen leidde. Uit dat laatste evenals uit het feit dat hij naar Antiochië werd afgevaardigd blijkt dat deze Barnabas in de Jeruzalemsche Gemeente een man van aanzien, misschien wel een harer voorgangers was.

Toen Barnabas te Antiochië was gekomen en met eigen oogen zag wat Gods genade daar gewrocht had, werd hij blijde en vermaande allen, die geloovig waren geworden en zich tot den Heer bekeerd hadden, dat zij met een vast hart bij den Heer zouden blijven.

Wat Barnabas deed te Antiochië, dat wil ook ik doen in dit uur, u vermanen, vriendelijk en ernstig, om toch met een vast hart te blijven bij den Heer. Ik ga u achtereenvolgens aantoonen:

I. Wat die vermaning onderstelt.

II. Waarom die vermaning u noodig is.

III. Waartoe die vermaning u moet dringen.

Sluiten