Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik ervan overtuigd dat het hun eigen schuld was dat het zoo met hen ging, omdat ik weet, uit eigen ervaring weet hoe moeielijk het is in het geloof te volharden. Ik hoop en bid echter van den Heer, dat Hij zich hunner ontferme en nog wederom het geloof in zijn Zoon in hen werke.

Zal mijn heengaan misschien oorzaak wezen dat nog meerderen afvallen ? Men heeft mij dat in de laatste weken herhaaldelijk verzekerd. En ik kan niet ontkennen dat ik op dit punt niet geheel zonder zorg ben. Maar toch, het behoeft zoo niet te zijn. Indien het aldus zijn zal, dan is het uw eigen schuld. Vurig wensch ik dat het niet zoo moge wezen. Ik zou zoo gaarne eens allen, die door mijn arbeid in deze Gemeente in den Heiland leerden gelooven of in het geloof in Hem toenamen, in den hemel ontmoeten. En daarom vermaan ik u dan ook in dit uur met al den ernst der liefde, die in mij is, om toch met een vast hart bij den Heer te blijven. En nietwaar, Gemeente, gij wilt die vermaning van uwen scheidenden leeraar ter harte nemen, want gij wenscht zelf te blijven bij dien Heer, in wien al uw heil en heel uw zaligheid is. Komt, spreekt dat dan ook uit in uw lied door te zingen Gez. 155 : 1 en 7.

III.

Rarnabas vermaande de geloovigen te Antiochie niet slechts dat zij bij den Heer zouden blijven, maar dat zij met een vast hart of, gelijk de Statenvertaling meer woordelijk vertaalt, met een voornemen des harten bij den Heer zouden blijven. Het is niet genoeg dat men bij den Heer wenscht te blijven, want dat wenscht ieder, die kwam tot den Heer, maar men moet dat werkelijk ernstig willen en dientengevolge ook doen wat daaraan bevorderlijk zijn kan en zich wachten voor alles wat daarvoor schadelijk is.

Sluiten