Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De late ontwikkeling, die de schaarschte van onze oudste geschiedbronnen verklaart, is ook de oorzaak, waardoor in Holland de steden zich ruim een eeuw later hebben ontwikkeld dan die van Vlaanderen, Brabant, de Rijnstreek en Westfalen, bij welke ze in belangrijkheid nog lang blijven achterstaan. In den tijd, dat Worms en Mainz reeds als steden een factor van gewicht waren in den strijd van paus en keizer, dat de Noord-Fransche communes zooals Laon zich in een verbitterden strijd tegen het geestelijk gezag hun burgerlijke vrijheid bevechten, dat de handelssteden Brugge, Gent en Yperen reeds krachtig meespreken in de politieke lotgevallen van Vlaanderen, dat is in het begin der I2« eeuw, zijn Dordrecht, Leiden en Haarlem nog . . ., ja wat?

Dat is een vraag, waarop voor elk bijzonder geval een nauwkeurig onderzoek het antwoord moet geven. Met een algemeene theorie daaromtrent komt men bedrogen uit. Twee gezichtspunten dienen bij die vraag nauwkeurig te worden onderscheiden. — Het is meestal tamelijk gemakkelijk, om te verklaren, welke de geografische, economische en politieke omstandigheden zijn geweest, waardoor op een bepaalde plek een volkrijke nederzetting moest, of bescheidener gezegd, is ontstaan. Maar daarmee is niet alles opgelost. Een andere vraag blijft, hoe de stadsbevolking een afzonderlijke gemeente is gaan vormen, gescheiden van het omliggende land, uit welke rechtspositie zij zich tot die van burgerlijke vrijheid heeft kunnen verheffen, hoe de stad een eigen recht, een eigen rechtspraak, een eigen bestuur heeft verkregen.

Laat ons, wat Haarlem betreft, eerst de kwestie overwegen van het geografische en economische gezichtspunt.

Kennemerland en Rijnland waren mede van de oudste gedeelten, waaruit zich gaandeweg het graafschap Holland gevormd heeft. Het Spaarne was de natuurlijke verkeersweg,

Sluiten