Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handels- en verbruikswaren ? Deze uitvinding van de stedelijke gemeente, zooals de Duitsche rechtshistoricus Sohm den accijns

o '

heeft genoemd, viel evenwel niet in ieders smaak. In de eerste plaats dikwijls niet bij den landsheer, die er een verkorting van zijn rechten in kon zien. In Utrecht gaf de accijns aanleiding tot heftige twisten met den bisschop. Vinden wij op Hollandsch gebied den graaf bereidwillig meewerken tot het instellen van den accijns, dan is dat een uitzondering, toe te schrijven aan de opzettelijke begunstiging der steden, die in de politiek der Hollandsche graven lag, en aan het feit, dat dit geschiedde in een vrij late periode, toen andere steden, Vlaamsche of Brabantsche, reeds als exempel konden dienen van wat een goede stad tot haar huishouding behoefde. In de tweede plaats was het niet naar den zin van de geestelijke gestichten in de stad, die geregeld vrijdom van lasten genoten, maar daarvan niet konden profiteeren, wanneer bij invoer der waren accijns moest worden betaald. Oude machtige kloosters nu waren er te Haarlem in 1274 nog niet; het oudste stedelijke klooster, waarvan iets bekend is, is dat der Carmelieten, eerst in 1250 gesticht. Toch getuigt de accijnsbrief van de naijverige zorg, waarmee de Haarlemsche burgers waakten, dat de betaling der stedelijke lasten niet kon worden ontdoken. Een burger, die een windmolen houdt, zal daarvan per jaar zes schellingen geven, van een rosmolen drie. (Men ziet, de accijns is te Haarlem meer dan een verbruiksbelasting; hij is tevens patent op de nering). Maar van een windmolen, die niet aan een burger behoort, moet 20 schellingen worden betaald; hier wordt blijkbaar de molen van een geestelijk gesticht bedoeld, en wanneer dat recht niet wordt betaald, zullen de burgers op boete van 2 schellingen, er niet laten malen.

In de derde plaats toonde de bevolking zelf, die de belas-

Sluiten