Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelaten levenslust zit er in zoo'n wezentje! Hoe dapper gaat het in tegen de moeilijkheden, die hij ontmoet op zijn weg. Wat een veerkracht, wat een werklust vervult zijn geest. Niets haat hij meer dan saaie, eentonige mededeelingen. In zijn vertelsels moet iets gebeuren, iets dat in zijn leventje gewichtig is, dat hem in spanning houdt. De meeste van deze soort rijmpjes doen dat niet. Wel is gelukkig de tijd voorbij, dat men de meest onkinderlijke en wijze lessen voor kinderversjes noodig achtte. Wel zal niemand er meer aan denken versjes te maken als onderstaande, die een voorbeeld zijn van hetgeen men in de oude kinderboekjes leest. B.v. op: <;Het kind, dat jarig wakker wordt»:

Dank, heb dank, o lieve Heer!

Dat gij mij deez' nacht ook weer,

Och, wat zeg ik, zoo veel nachten,

Heel een jaarkring hebt behoed;

O! mijn kinderlijk gemoed Gloeit van dank bij die gedachten .. .

of op «De Koning»:

Toontje vraagt:

Ei zeg mij, lieve Moeder!

Waarom toch noemt Papaatje,

Den Koning altoos Vader?

Nog straks, ('k mocht nu wel luistren,

Want ik speelde aan Paatjes knieën,

En had mij niet verscholen)

Nog straks hoorde ik hem zeggen:

»0 diep gezonken Belgen!

Wel ruktet ge u onzinnig,

Uit d'arm des besten Vaders!

Doch dierbre Vader Willem U

(Een traan blonk Pa in de oogen,)

«Ofschoon u 't harte bloedde,

Bij d'afval dier verblinden,

Wij, uw getrouwe kinders,

Wij voelen onze liefde

Voor d'edelste aller Vorsten ...

Sluiten