Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Antwoord van de Moeder:

Juist zóó, mijn beste Toontje!

Zooals uw waakzame ouders,

Voor u en voor uw broertjes,

Met alle teerheid zorgen, —

Zoo zorgt ook onze Koning,

Voor al zijn onderdanen Met de innigste verknochtheid Als een der beste Vaders.

En wie zou er nu nog aan denken voor een kind het volgende duf-preekerige versje te maken?

SPEELZUCHT.

Staat Catootje 's morgens op,

Aanstonds grijpt zij naar de pop,

En vergeet zelfs d'ochtendbeden;

Dat 's niet goed,

Dat 's niet zoet,

Maatje knort er om met reden.

't Is ondankbaar, en het kind Dat zijn speelgoed zoo bemint,

Hoort men nooit als leerzaam roemen; 't Wordt nooit wijs,

En, eens grijs,

Zal men 't nog een kindje noemen.

Voor ge uw taakjes hebt volbracht,

Liefjes! naar geen spel getracht,

't Loon wordt niet vooruit gekregen;

Hebt ge uw plicht Trouw verricht,

Dan eerst smaakt het spel terdegen.

Deze versjes spreken van geheel andere inzichten bij de opvoeding der kinderen, dan in onzen tijd gelden. Terwijl men toen ter tijd van de kinderen vroeg wijze, kleine groote-menschen wilde maken, tracht men nu het kind zoo lang mogelijk kind te doen zijn. Dat be-

Sluiten