Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teekent echter niet, dat men kinderachtig en flauw moet schrijven voor kinderen, zooals in de hiergenoemde, slechte prentenboeken zoo dikwijls gebeurt. In zulk een blinkend prentenboek van tegenwoordig lezen we o.a.:

„Poesje, waar kom je vandaan ?"

„Ik ben naar Amsterdam gegaan.

Muschjes ben 'k er op gaan jagen."

Foei, poesje mag geen vogels plagen."

Of, een kind houdt het volgende gesprek met een schaapje:

„Schaapje met je zwarte vacht,

Ik heb vandaag wat moois bedacht.

Nu moet je eens even luistren, hoorl Dan zeg ik 't zachtjes aan je oor.

Schaapje, ik houd zoo dol van jou,

Al ben je zwart, wat zeg je nou I"

„O, kindje, ik ben nu toch zoo blij Want nooit is iemand lief voor mij."

Geen enkel kind houdt ooit zulke gesprekken met een poes of een schaap.

Ter wille van maat of rijm wordt in dergelijke versjes dikwijls de grootste onzin gepraat.

Rijmpjes, als het volgende, zijn er veel:

„Een kikkertje, dat op een dag Aan d' oever lag "

Dit lag staat hier om te rijmen op dag, maar wie heeft er nu ooit van een kikker gehoord, die aan den

oever ligt?

Wanneer men nu dergelijke versjes de kinderen voordreunt, zooals zoo vaak gebeurt, dan went men het kind aan het toehooren zonder te luisteren; het hoort klanken, die hem niets zeggen en zoo brengt men het helderere denkvermogen, dat zoo prachtig is bij het jonge kind, reeds in het mooie begin in de war. Dat is zoo jammer. Moeders, let er eens op hoe juist, hoe zuiver en scherp het kind denkt; hoe het op de beteekenis van de woorden let, die hij hoort; hoe hij zijn

Sluiten