Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

best doet de wereld om hem heen te begrijpen, te leeren kennen en gij zult verbaasd zijn over de scherpzinnige opmerkingen van uw drie of vierjarig kind. Deze goede manier van denken, dit logisch denken moeten wij als 't ware vasthouden zoo lang mogelijk. En daarom is het beter dat men de kinderen vertelt bij de prentjes, als de bijschriften niet mooi zijn, vertelt zoo dat het verhaal vastgeknoopt wordt aan de voorstellingen uit de eigen omgeving van het kind, zoo dat het verhaaltje speelt in zijn eigen leven. Een aardige manier van vertellen wordt beschreven in het hoofdstuk:

«Prentjes Kijken» van een opvoedkundig boekje van Nellie, getiteld: «Onze Avonduurtjes.»1) Daarin wordt verteld hoe moeder en kind heerlijke oogenblikken samen kunnen doorbrengen met de gewoonste prentenboeken door in de verbeelding aan te vullen wat aan de prentjes ontbreekt.

Voorlezen kan men alle verhaaltjes en versjes, die goed verteld zijn, dat wil zeggen die het kind kan begrijpen en waar iets in gebeurt, waar hij belang in stelt. Als men bv. het volgende versje voorleest aan het kind, zal hij met groote aandacht luisteren en het spoedig van buiten kennen:

Je krijgt het niet.

Moeder: Je krijgt het niet, je krijgt het niet, Al mocht je ook nog zoo vleien, Me vlierstroop en geleien Zijn voor gezonden niet.

Een zieke man.

Die krijgt er van;

Maar jij bent frisch,

Net als een visch; —

Je krijgt het niet, je krijgt het niet!

Kind: Och moesje toe, och moeslief toe!

'k Heb in mijn keel zoo'n kriemel En hier zoo'n raar gewriemel,

Och toe maar, lieve moe!

') Onze Avonduurtjes en andere pedagogische Schetsen door Nellie. Haarlem, W. H. J. van Nooten 1891.

Sluiten