Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERDERFELIJKE MEISJESLECTUUR.

Het onderscheid dat nog steeds gemaakt wordt tusschen «jongens»- en «meisjes»-boeken, steunt op het denkbeeld, dat alles wat ruw en woest is, vooral geschikt is voor jongens; wat flauw en kinderachtig is, passend is voor meisjes. Het is een dwaze onderscheiding, die veel kwaad sticht. Als een boek mooi is, dan is het goed voor onze jongens, zoowel als voor onze meisjes. Daarentegen zijn ruwe of flauwe boeken evenmin goed voor een jongen als voor een meisje.

Een treurig soort boeken zijn de echte jonge-damesboeken, die de meisjes uit de arbeidersklasse toch met zooveel graagte lezen.

«Als een meisje jong, lief en mooi is, dan zal zij vroeg of laat wel trouwen.» Dat is de grondgedachte van de meeste van deze boeken.

Is het goed meisjes altijd met die kwestie van trouwen of niet trouwen bezig te houden f Is het niet geheel verkeerd en is het niet gewoonweg aankweeken van behaagzucht om haar te leeren, dat zij vooral zich aangenaam moet trachten te maken om genade te vinden in de oogen van den man? Dat haar hoogste streven moet zijn een echtgenoot te veroveren? Men vermaakt zich in deze boeken dikwijls over meisjes, die niet trouwen. Zoo lezen we in een van de vele uit het Engelsch vertaalde meisjesboeken, hoe een meisje van 11 jaar den spot drijft met drie ongetrouwde dames, door haar het volgende versje toe te zingen:

Drie meisjes zaten op een steen, De mannen gingen voorbij,

En lieten haar alleen.

Zij schreiden en zij zuchtten:

Och neem mij tot uw vrouw?

Helaas, helaas, 't hielp niets.

Er was er geen die wou.

Sluiten