Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boek of in kunstgenot evenzeer stichting te kunnen vinden; eindelijk zochten velen er in het geheel niet meer naar.

Een zelfde proces heeft de doop doorgemaakt. Verbindend was de plechtigheid niet, noodzakelijk niet, verdienstelijk niet; het gevolg was dat velen er steeds minder voor gingen voelen.

Daarbij kwam het besef, dat het hier gold eene plant van vreemden bodem, die, niet uit Westerschen landaard opgeschoten, hier niet welig zou kunnen tieren. Hare gedaante is ingekrompen en verschrompeld; wat bleef er eigenlijk over van het schoone zinnebeeld der onderdompeling, als „bad der wedergeboorte" aangeduid?

De reeks van bezwaren is hiermee nog niet ten einde. Er wordt gewezen op het weinig aesthetische, ja vaak onstichtelijke van eene doopbeurt, vooral in eene groote gemeente, waar het aantal doopelingen dikwerf zeer aanzienlijk is, door het schreien van de kinderen en het af- en aanloopen der bakers.

Er wordt herinnerd, hoeveel sleur de ouders naai' de kerk voert; hoe er dan komen die er wellicht anders geen voet zetten; en hoe het bijgeloof wordt gevoed door de gedachte: aan het kind den doop niet te willen onthouden.

Er wordt gewaarschuwd, dat na den doop het kind als lid der gemeente wordt beschouwd, straks als dooplid aan verschillende verplichtingen, waartoe in de eerste plaats behoort het betalen van kerkelijke belasting, is onderworpen, hoewel het zelf om den doop niet heeft gevraagd.

Ware althans niet beter, wanneer men den doop

Sluiten