Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is, zoo heette het verder, meestal een zaak van louter gewoonte. Nu kan eene goede gewoonte dikwijls goede vrucht afwerpen: denk aan kerkgang en dagelijksch gebed. Maar tegen sleur en bijgeloof moet worden gewaakt, waartoe de catechisatie, en ook particulier gesprek, veel kan bijdragen.

Dat van de onderdompeling weinig is overgebleven, nu de besprenkeling in de plaats is getreden van het reinigingsbad, is waar; doch daar de doop voor ons alleen zinnebeeld is, hangt zijne beteekenis van meer of minder niet af.

De gedoopte is door dat feit lid der gemeente; doch wanneer hij later niet zelfstandig wenscht toe te treden, wanneer er bezwaren bij hem bestaan tot eene bepaalde gemeente te blijven behooren, dan kan hij bij eenvoudige verklaring zich laten schrappen.

Van Jezus zelf moge de handeling niet afkomstig zijn; niet hiervan hangt de beteekenis eener handelwijze af, of zij door Jezus is bevolen of ingesteld of verricht, maar of zij is in zijnen geest.

En zou dat laatste niet mogen verklaard worden van de bediening des doops?

In den geest is zij van den kindervriend, die kinderen in zijne armen nam en hen zegende.

In den geest van hem, die reinheid de voorwaarde noemde tot godskennis.

In den geest van hem, die wilde dat allen kinderen zouden wezen van den hemelschen Vader, gezegend door de onderlinge liefde in één en denzelfden geest.

Wij stellen prijs op den band die ons verbindt met alle belijders van Jezus, door alle eeuwen heen;

Sluiten