Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vvoonte geworden, op den doop, in de eerste tijden alleen van volwassenen na zorgvuldige voorbereiding van de candidaten, na exorcisme (uitdrijving van den Satan) en plechtige zalving, een zinnebeeldigen maaltijd te laten volgen, waaraan alleen de gedoopten mochten aanzitten. Bij dien maaltijd werden brood en wijn gebruikt, niet tot voeding, maar om af te beelden de vleeschwording van Christus, zooals een Christenschrijver uit de tweede eeuw verklaart, die ook wijst op de overeenkomst van deze handeling met eene dergelijke plechtigheid in den Mithradienst. Wie daarvan genoot, kreeg deel aan het leven van Christus. Een ander schrijver uit die dagen noemt het avondmaal een geneesmiddel ter onsterfelijkheid, en een tegengif tegen den dood. Een derde zegt: brood en kelk hebben de macht om de menschelijke substantie met onvergankelijkheid te vervullen. Sporen van zulke opvattingen vinden wij reeds in het N. T.; men zie Kor. 10 : 16 en Joh. 6:54—58 en vgl. Rom. 6:4 v.v.; dezelfde gedachten treffen wij weer aan in den Heidelbergschen Catechismus, waar het avondmaal als een zichtbaar waarteeken en zegel van Godswege wordt beschouwd, om den menschen ter wille van het offer van Christus vergeving der zonden en het eeuwige leven te verzekeren ; Zondag '28 en '29. Deze opvatting veronderstelt zoo al niet de godheid van Christus, gelijk deze later is aangenomen, toch eene beschouwing van Jezus als een meer dan menschelijk, als een goddelijk wezen.

Bevestiging van deze beschouwing van den „heiligen maaltijd" wilde men nu in een woord van Jezus zelf bezitten, en men liet hem dat spreken aan den heiligen

Sluiten