Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat ons aangaat, met alle geslachten der Christenheid, willen ook wij in de weken vóór Paschen den stervenden Jezus met eerbiedige bewondering uitgeleide doen, met hem nederknielende in Gethsemane, met hem staande in het oordeel voor Kajafas en Pilatus, met hem bestijgende het Golgotha der schande en des doods. In stille en vrome aandacht willen wij nederzitten en aanzien dit treurspel, zoo grootsch en treffend, als de wereldgeschiedenis er ooit een te aanschouwen gaf, een treurs pel, afgespeeld te midden van de Paaschvreugde van het feestvierend Jeruzalem, waarin de gezagvoerders in den Joodschen staat en in de Joodsche kerk voor een wijl hunne onderlinge veeten ter zijde zetten, om samen verbonden zich te keeren tegen den Nazarener, wiens vrije en vrome geest in botsing gekomen was met den ouden overgeleverden godsdienst der vaderen en de versteende wet van Mozes. Meer dan iemand heeft Jezus een last gedragen, een strijd gestreden; hij heeft gewandeld langs duistere paden en is gegaan door het dal van de schaduwen des doods, een man van smarten en beproefd op velerlei manier. Daar is iets ontzaglijk weemoedigs in deze dingen. Want ofschoon liet openbaar is, dat het tarwegraan in de aarde sterven moet, om rijke vrucht te kunnen dragen, en ofschoon «Ie geschiedenis ons heeft geleerd, dat de Christus alzoo lijden moest, omdat hij de heilige was, is er toch droefheid in onze ziel, omdat zijne overwinning zoo duur werd gekocht.

Sluiten