Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prijs kunnen wij opgeven, wat zoo nauw samenhangt, evenals bij hen. met onze geheele en innigste levensbeschouwing.

Zoo blijft het dus onze taak, onze eigene beginselen krachtig uit te spreken en te doen zien, waarom wij zonder schroom en blijde ons Paaschfeest vieren.

Ik zal tegenover de lezers van dit boekje wel niet veel behoeven te zeggen van de beschuldiging, dat Paschen voor ons weinig meer is dan een natuur-, een lente- en dus eigenlijk een heidensch feest. Door sommigen moge in vroegere jaren op den Paaschmorgen wat al te lang en te veel gesproken zijn over de lente, die sterker is dan de winter, over de herboren natuur na langen doodslaap — bij verreweg de meesten was de natuurlijke blijdschap over de lente niet anders dan de weg tot hooger vreugde. Zeker, ook aan dat natuurlijke willen wij deel hebben. De aarde is des Heeren en hare volheid. En wij begrijpen zeer goed de poëzie der oude voorstellingen en wij betreuren het zelfs, dat wij niet meer zoo innig met de natuur medeleven. Paaschvuren, paascheieren, paaschbrooden, paaschommegangen, nog immer in zwang, zijn alle overblijfselen van een heidensch lentefeest onzer voorouders, waarop zij hunne vreugde uitspraken over de hernieuwde levenskracht der aarde, door de lentezonnestralen wakker gekust. Dichterlijk gedacht zonder twijfel! En zoo is het ook met de voorstelling, dat de zon, bij haar opgaan op den Paaschmorgen, driemalen van vreugde aan de kimmen

Sluiten