Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook bij Jezus. De Evangelische verhalen zijn niet bij machte ons van het tegendeel te overtuigen. En ook verwerpen wij het wonder om zich zelf. Wij •willen niet trachten het te »redden«, door Jezus' verschijningen te verklaren als geestverschijningen naar de wijze van het moderne spiritisme. Zij moeten genomen worden, zooals de oude christenen ze hebben opgevat: het doode lichaam is door een wonderdaad Gods levend geworden. En aan de wereldbeschouwing, die zich hierin uitspreekt, zijn wij afgestorven.

Ook hier mag de grond van ons godsdienstig geloof niet zijn iets buiten ons, iets wat heet te zijn gebeurd, een feit, dat moet worden aanvaard en

O '

waarvan de waarachtigheid niet naar gewone wijze mag worden onderzocht. Iets is gebeurd of niet gebeurd: de uitslag van dat onderzoek raakt niet het wezen onzes geloofs.

De vaste grond onzer Paaschvreugde is niet de inhoud der opstandingsverhalen, maar de nieuwe en krachtige overtuiging der discipelen, uit wier geloof al die verhalen zijn geboren. Dat Jezus nog na zijnen dood zóó machtigen invloed oefende op de jongeren, dat zij zeiden: »Hij is toch de Christus, trots het kruis, en daarom is hij opgestaan®, dat is ons oorzaak tot groote blijdschap. Want het leert|ons de onverderfelijkheid van het heilige, dat, van God uitgegaan, niet kan worden gedood.

Toen Jezus was afgenomen van het kruis en gelegd in het nieuwe graf van Jozef van Arimathea,

Sluiten