Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een zoo strenge gereformeerde als b. v. professor Gomarus was tegen die preciese opvatting en zelfs waren er, die kortweg ontkenden, dat wij aan een van de zeven dagen gebonden zouden zijn. Dit was ook het gevoelen geweest van de oudste Nederlandsche hervormers. Een hunner zegt + 1500: »Mach een miskraemer (hij bedoelt de R. K. priester) dagelicx syn cost rooven met missen so mach een ambachtsman, die dat huys vol kinderen heeft, als hij eerst Godts woort gehoort heeft, sijn hantwerk dagelicx doen«. Hier is wezenlijk het evangelisch beginsel: de sabbath is er om den mensch, de mensch is heer van den sabbath. Doch de groote massa wist weinig van beginselen en voor en na werd de dag des IJeeren op het »grou\velijkst geprofaneerd. «Provinciale synoden, classicale vergaderingen en ook vaak de burgerlijke overheid in stad en provincie mochten dreigen, verbieden .... jaar in, jaar uit bezondigde de meerderheid der natie zich op Zondag aan avondspelen en het houden van dansscholen, loterijen, verpachtingen, goochelarijen, jaarmarkten, verkoop van boelgoederen, aanmonstering van knechten, bakken, brouwen, graven, koopen, alle mogelijke spelen en vermakelijkheden, wandelen en liggen op de kerkhoven, vergaderen van schepenen, aanbesteding van dijken en slooten, het optrekken der schutterij met vaandels en muziek, het tappen onder kerktijd nog wel door kosters en eene menigte andere euvelen, waarvan ook de volksliteratuur dier dagen vol is. Het geschiedde niet uit op-

Sluiten