Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liezen zou. Zoo men al niet volstrekt vastte, men at althans niet dan koude spijzen. Gewetensvragen als deze deden opgang: of het geoorloofd zij op Sabbath brand te blusschen, een omgevallen aschpot op te rapen, voor een zieke het bed te schudden, eene barende vrouw te helpen? En geheel aan de farizeeuwsche, talmudische haarkloverijen herinnert de vraag of de Zondagsrust werd gevioleerd door het dooden van een vloo of een luis? Het anwoord is inderdaad van de fijnste onderscheiding: de luis mag worden gedood, want dat onnoozel dier doet geen tegenweer, maallaat zich van een iegelijk grijpen en zonder arbeid ter dood brengen. De vloo daarentegen laat zich niet zoo gemakkelijk vangen, de poging om haar te grijpen is een soort van jacht, is dus arbeid, dus loopt zij op Zondag vrij.

Van lieverlede — het gaat altijd zoo — kwam er eenig evenwicht, er vormde zich eene middenpartij, die zich voor de uitersten hoedde. De achttiende eeuw vertoont ons een volk, zeker minder ruw al van zeden, dat de invloed heeft ondergaan van de gereformeerde beginselen en prediking en van de staatswetten in dien geest, waaraan ook niet-gereformeerden zich hadden te onderwerpen. De Zondag is voor velen nog werkdag en dag van vermaak, maaide kei-ken zijn toch vol en wij gaan den naam verdienen van eene »veolbepreekte natie« te zijn. Men gaat liberaal, »verlicht« denken over den Zondag, maar hij draagt toch het karakter van kerkdag en

Sluiten