Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hem gewijd en in keuken en kelder, in kantoor en laboratorium, als in den tempel van ongekorven hout kan Hij worden aangebeden. Doch wij willen toch maar liever althans één dag, waarop zwakke en vergeetachtige menschen herinnerd worden aan den Gever aller dingen, aan den Bestuurder van hun leven, aan den Heilige, wiens vreeselijke roepstem ook hen moet opschrikken uit de zonde, aan den Barmhartige, die ook hun genadig wil zijn. En terwijl wij zeker in heide en weide Hem kunnen lofzingen als de leeuwerik, willen wij maar liever in de kerk. met de gemeente, onder orgelspel en gezang Hem aanbidden en vereeren en Zijn naam prijzen.

Het kwaad is dat wat wij willen of niet willen weinig gewicht in de schaal legt. Een goed deel der natie kent den Zondag als godsdienstige dag niet langer. Van welke richting of kerkgenootschap ook

— slechts een klein percentage wijdt den dag door godsdienstige overdenking. Het kerkbezoek neemt af

— voor een deel door de ontzaglijke macht van de sport in de moderne wereld, voor een deel door de poovere inrichting van den protestantschen eeredienst, voor een deel door de kerkelijke twisten, maar vooral natuurlijk omdat het godsdienstig leven zelf kwijnt en sterft bij talloozen. Hier baat noch ontkenning noch vergoelijking — de droevige zaak staat er toe. Het ligt in 't geheel niet binnen ons kort bestek over deze dingen uit te weiden. Slechts willen wij voor ons zeiven spreken en hopen dat wij dat doen ook

Sluiten