Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOELICHTINGEN BIJ DE REGELS.

i.

Het is evenmin nodig de e (en de o) op het eind van een lettergreep te verdubbelen als de a en de u. Voor de woorden die op e eindigen diende een uitzondering te worden gemaakt (vgl. we en wee, ze en zee, te en tee, me en mee).

Bij andere woorden, als verenigingen, veredelen, begeren is vrees voor verwarring niet gegrond. Het zinsverband doet ons het woord ogenblikkelik herkennen. Anders zou men immers óók bij de spelling van de Vries en te Winkel voortdurend in het onzekere zijn bij woorden als benepen, benevelen, berekenen, geledingen, verbeteren, veredelen enz. ?

Een hóógst enkele maal kan het nodig blijken door een akcent alle twijfel onmogelik te maken. Zo bij bédelen en bedélen. Maar men vergete niet, dat wie zich houdt aan de Vries en te Winkel óók gedwongen kan zijn tot een akcent zijn toevlucht te nemen: vgl. zeilen béteren en zeilen betéren.')

II.

Evenals laatje naast la, staat strootje naast stro. Ook lette men op samenstellingen als roodaarde, toonaard en woorden als hooien, ooievaar, waarin de oo niet geacht wordt op het eind van een lettergreep te staan, en dus door het dubbele teken wordt aangeduid (vgl. rood, mooi).

Dat het wenselik is goochelen, loochenen, goochem te schrijven naast rochelen, bochel, Jochem, Lochem ligt voor de hand.

') Ook bij de o: 't voorkómen van ongelukken en 't vóórkomen van ongelukken.

Sluiten