Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daardoor ten onzent een groot onderscheid tussen de algemene spreek- of liever omgangstaal en de konventionele schrijftaal, een onderscheid groter dan uit het verschil in wezen van beide behoefde te volgen. Vroeger zei men b.v. ik zie den man; nu de man, maar men schrijft nog den man.

Deze verschillen betreffen dus niet de spelling, de afbeelding, maar de taal zelf.(V2) Wat de grammatika betreft, zijn ze tot de volgende rubrieken te brengen:

a) Er is in de algemene omgangstaal, behalve bij de voornaamwoorden, geen sprake van naamvallen: men zegt altijd de brave man. Alleen komt de genitief nog voor, bij eigennamen of die er mee gelijkstaan, vóór het bepaalde woord, b.v. vaders erfdeel, rijkeluiswens, allemansvriend: vaak zegt men echter vader zin; de vrouw d r.

b) Er zijn maar twee geslachten, blijkende uit de en het. De aanduiding door voornaamwoorden is niet altijd dezelfde in de beide talen, b.v. de krant, is h ij (ie) er al? geschreven zij.

c) Er is verschil in de keuze van de voornaamwoorden, o.a.:

1. gij komt niet voor; evenmin gene en het betrekkelike welk;

2. zaaknamen in het meervoud worden nooit aangeduid door zij•

3. in de schrijftaal verwaarloost men meestal tal van verschillen die in cle omgangstaal bestaan, als tussen mij, wij, zij en me, we, ze; hij en ie, (13) hem en 'ém; ik, ek, k' en 'k.

d) De vervoeging van het werkwoord verschilt, o.a. in de 2e persoon; de gebiedende wijze meervoud: zonder t in de omgangstaal; daarin komt ook de aanvoegende wijze zo goed als niet voor. Eigenlik alleen de optatief, b.v. 'tga je goed en de adhortatief, b.v. je doe maar. In de meeste spraakkunstboeken worden die eenvoudig onder de aanvoegende wijze gerekend.

e) De schrijftaal heeft een andere interpunktie, b.v. ik hoop dat hij komen zal met komma achter hoop. (14)

Ten gevolge van al deze verschillen zal iemand die zijn taal goed kan spreken, — die zijn taal dus kent — hem nog niet altijd kunnen schrijven. Het komt zelfs voor dat iemand uitmuntend kan spreken en zich schriftelik toch onbeholpen uidtruk

Sluiten