Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan de leerling zich bedient, geen beletsel is voor de vrije, gemakkelike gedachteuiting, wanneer deze met hem één geworden is bij het schrijven. Daarvoor te zorgen is de taak van de grainmatika op de lagere school. Kan men het doel bereiken door afschaffing van vormen die van geen nut en eigenlik niet het taalbegrip in strijd zijn, deste beter. Maar waar dit niet kan, dient grondig onderzocht wat te bereiken is en dit moet de kinderen volkomen aangebracht worden. Maar ook niet meer dan dat.

B) Het leesonderwijs.

De betekenis zal moeten aangebracht worden van taalkundige vormen die buiten de taal van de leerlingen liggen en toch in de hedendaagse leesboeken menigvuldig voorkomen, b.v. des vorsten; hij zij nog zo geleerd, verstandig is hij niet; ware hij maar, tenzij, tenware enz.

Verder moet er naar gestreefd worden in de beschaafde omgangstaal te doen lezen. Dit is, met de bestaande leesboeken, uiterst moeilik. De ergste en meest stuitende afwijkingen kunnen vermeden worden, als een, mijn, zijn, het, die men kan laten lezen zoals ze in de beschaafde omgangstaal luiden; maar voor het gros van de leerlingen zijn de veranderingen te veelomvattend dan dat men zou kunnen vergen dat ze die onder het lezen aanbrengen. Het zal meestal niet gelukken heel, neer, weer, zei, ie, ern en vooral z'n te doen lezen, wanneer er geheel, neder, weder, zeide, hij, hem, haar geschreven staat in gevallen dat de beschaafde mensen heel, neer enz. zeggen.

Voor het opvatten van de inhoud zonder meer hindert dit weinig of niet, maar voor een natuurlik weergeven heeft het grote bezwaren, die echter vele onderwijzers, verboeketaald als ze zelf zijn, niet opmerken. Ook voor het zuivere voelen, als ik het zo noemen mag, voor het zich volkomen indenken in de stof, is de taal vaak een bijna onoverkomelike hinderpaal. Wie b.v. leest heb ik van mijn leven in plaats van heb ek van m'n leven voelt de ware betekenis van de uitdrukking niet, en wie zo heeft leren lezen zal moeite hebben later te genieten "an de fijne schakeringen der artiestetaai, waarvan

Sluiten